illustratiewerk
Mijn illustraties maak ik analoog; al mijn tekeningen zijn handgetekend en -geschilderd. Ik gebruik potlood voor het schetswerk en de opzet en werk dit voornamelijk uit in inkt en aquarel. Ik werk vaak autonoom en incidenteel in opdracht, waarbij ik graag veel vrijheid krijg. Mijn focus ligt daarbij op dieren, vaak dieren die op zekere wijze communiceren met de kijker, of in hun uitstraling verwijzen naar menselijke emoties of deze oproepen.
Tekeningen en uitleg over Hoe Ram zijn antwoord vond - een orakelboek voor complexe vragen in samenwerking met auteurs Eveline Baar en Elleke van Gelder vind je als je naar beneden scrolt, weer daaronder de uitleg van Melancolia I naar Dürer dat ik maakte voor het boek Melancholie – een onvervuld verlangen van André van der Gun.
I create my illustrations analogously; all my drawings are hand-drawn and hand-painted. I use pencil for the sketching and initial stages, and develop these primarily in ink and watercolor. I work autonomously and occasionally on commission, where I appreciate a great deal of freedom. My focus lies on animals, often animals that communicate with the viewer in a certain way, tell a story, or whose appearance refers to or evokes human emotions.
You can find the drawings and explanation of “Hoe Ram zijn antwoord vond – een orakelboek voor complexe vragen” in collaboration with authors Eveline Baar and Elleke van Gelder if you scroll down; below that is the explanation of Melancolia I after Dürer, which I created for the book “Melancholie – een onvervuld verlangen” by André van der Gun.
Ram | 2020
Melencolia I naar Dürer - 2024
otter I | 2024
mad cat I | 2025
VerSchijnsel//Phenomenon - Heilige Eik// Holy Oak | 2025
schaap | 2022
mad cat III
VerSchijnsel//Phenomenon - Licht!//The Light | 2025
ram zit vast | 2021
mad cat II
otter II | 2024
otter III | 2024
pauwvrouw | 2022
pauw | 2020
ram ontmoet pauw | 2021
ram, waar ga je naartoe? | 2021
lui luipaard | 2018
beesten op bezoek
feest!
leeuwenliefde
groei I | 2009
groei II | 2009
groei ||| | 2009
ram | 2020
klavertje vijf | 2019
diva | 2020
brandgans | 2020
Hoe Ram zijn antwoord vond - een orakelboek voor complexe vragen
De originele illustraties die ik tekende voor het management prentenboek Hoe Ram zijn antwoord vond – Een orakelboek voor complexe vragen (auteurs Eveline van Baar en Elleke van Gelder voor het Toekomstgilde)
In 2021 uitgegeven als onderdeel van een sociale innovatieproject binnen de organisatie van Politie Nederland, voor trainingsdoeleinden (omgaan met complexiteit, een van de ‘future skills’ – ‘anders kijken, anders denken, anders doen en daarmee mensen uitdagen nieuwe perspectieven te ontdekken en ruimte te creëren om in beweging te komen’ – EvB/EvG)
Hoe Ram zijn antwoord vond | cover
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
Voor het Boek Melancholie – een onvervuld verlangen van André van der Gun maakte ik in opdracht van de auteur een hedendaagse versie van de kopergravure Melancolia I van de Renaissancekunstenaar Albrecht Dürer uit 1514.
De gravure is een symbolische voorstelling van een gevleugelde, weemoedige figuur, een allegorisch personage (geen engel) die melancholie uitdrukt, te midden van een onsamenhangende verzameling voorwerpen. Zij is in gedachten verzonken en in haar rechterhand houdt ze een passer als onderdeel van enkele gereedschappen die aan de basis staan van de wetenschap en van de artistieke schepping.
In mijn eigentijdse interpretatie zien we een vrouw zitten op de losgespoelde wortelstructuur van een boom. Ze kijkt wegdromend naar de veer in haar hand, die refereert aan de gevleugelde figuur in Dürers gravure. Zij heeft geen vleugels (meer), wat doet vermoeden dat zij geen personificatie meer is van de melancholie, maar juist alert moet zijn en zich niet mag verliezen in gemijmer. Een steenuil, symbool van kennis, wijsheid en scherpzinnigheid, ziet daarop toe vanaf een tak boven haar hoofd. De uil zou overigens juist ook gezien kunnen worden als verbeelding van het verlangen naar kennis. Ze mag zich niet verliezen in melancholie, maar doet dit toch. Er is het verlangen om terug te gaan naar de overzichtelijkheid van vroeger, de tijd uit haar jeugd, zoals verbeeldt door de draaischijftelefoon, daarnaast ook verwijzend naar verbinding. Terwijl melancholie haar meevoert, heeft de tijd haar ingehaald: de koekoek heeft zich zojuist bevrijdt uit zijn klok en de zandloper van Dürer is zelf praktisch onder het zand verdwenen.
Er zijn twee verwijzingen naar de maan, ook symbool van melancholie. Allereerst door de bol op de grond – een hedendaagse lamp in de gedaante van de maan – maar ook de tak Judaspenning (een verwijzing naar de geldbuidel op oorspronkelijke gravure), waarvan de Latijnse naam Lunaria Annua op zich al een verwijzing is: de judaspenning heeft na het verspreiden van de zaden overblijvende zilveren zaadvliezen, die aan de maan doen denken. De neushoorn, verwijzend naar zowel de ‘Rhinocerus’ van Dürer als naar een terugkerend motief in mijn autonome werk, heeft de hond van Dürers prent verdrongen. Hij ligt afgewend van de toeschouwer, alsof hij zelf reageert op zijn met uitsterven bedreigde status: hij doet niet meer mee. Onder zijn indrukwekkende achterlijf bevindt zich een keukenweegschaal, als verwijzing naar de weegschaal in Dürers prent. De hond volgt ondertussen in de verte een geurspoor. Zijn verlangen te vinden waarheen zijn neus hem dirigeert, houdt hem af van zijn trouw. In de verte zien we ook een boomgroep, waartegen een ladder rust, waarmee je in het bladerdek kunt klimmen en daar kunt schuilen. Net als op Dürers gravure fladdert er een vleermuis met in zijn poot een lint met ‘Melencolia I’, de naam van de tekening. Op de mysterieuze ruimtelijke vorm, een polyeder geciteerd uit de oorspronkelijke Dürer-gravure, zit een putto, in dit geval de vrouw zelf als kind. Dit figuurtje bekijkt het tafereel.
De stapel boeken op de grond verwijst naar de kennis van voor het internettijdperk, naar niet-vluchtige, waarachtige kennis en aandachtige studie. Er bovenop maakt het Vliegend Hert – een aquarel van Dürer – zich los van het papier. Op de grond figureert de passer uit Dürers gravure, symbool van meten, wiskunde en het bouwen. Op de grond ook diverse teken- en schrijfmaterialen, waaronder een inktpotje. Samen met de ganzenveer in de hand van de vrouw is dit een verwijzing naar het schrijven. Er is nog meer om mee te registreren: een camera ligt op de grond, gericht op de neushoorn, klaar om deze op enig moment te behouden als beeld voor de toekomst. Twee waterwezens, een octopus en een heremietkreeft, beiden zowel kwetsbaar als onaanraakbaar, staan op het punt het tafereel te verlaten en terug te keren naar het water. Ook zij vormen een verwijzing naar mijn werk, geïnspireerd op de Aquatilibus van Gesner (wetenschappelijk werk uit de Renaissance, de tijd van Dürer) en naar mijn naam (Meerman). Het tafereel is gesitueerd aan het water, een stromende rivier waarin in de verte een draaikolk aanwezig is, die verwijst naar de kolkende krachten van het bestaan waaraan we worden blootgesteld. In de boom is mijn monogram gekerfd en een rijtje enen en nullen: het jaartal 2024 geschreven in binaire getallen: de input en taal waarmee computers communiceren. Het is een hedendaagse vertaling van de magie van het magisch vierkant, waarin Dürer het jaartal 1514 waarin hij het werk maakte, verwerkte.